|
'Er is maar één persoon die het onderwijs kan verbeteren en dat is de leraar!' zegt Marijke. Zij zou het kunnen weten want ze neemt na 40 jaar afscheid van het basisonderwijs. 'Alles draait om de leerkracht! Zonder goeie, veer-krachtige leerkrachten: geen goeie lessen geen blije kinderen geen goeie resultaten geen tevreden ouders geen excellente school geen goeie directeur geen goeie minister van onderwijs.' Ik ben vervangend directeur, wil Marijke een prachtig afscheid geven en vraag haar om tijdens een wandeling haar verhaal te vertellen. Het wordt een interessante reis door de tijd. 'Toen ik begon was het tempo nog wat lager en was alles wat overzichtelijker,' zegt ze. 'Lesgeven aan 28 kinderen anno 2016 is een stuk ingewikkelder! 'Het zou mooi zijn als het systeem wat meer in dienst kan staan van de leraar en het lesprogramma wat meer in dienst van de leerlingen. In plaats van andersom. Wij moeten de kansen van de leerlingen op een mooie toekomst vergroten en school kan daarbij een nuttig hulpmiddel zijn. Marijke is een voorbeeld voor me. Ik geniet ervan haar bezig te zien. De rustige tred, haar humor, de observerende ogen, de kalme stem, de volle aandacht voor de kinderen. De leerlingen voelen het vertrouwen dat Marijke heeft in hun kwaliteiten, ook al gaat het even wat minder met een leerling. 'Iedereen heeft wel ergens talent voor. Wij moet leerlingen helpen dat talent te ontdekken. En als wij ze de juiste kennis en vaardigheden kunnen meegeven, dan hebben ze alles in hun koffer om op eigen kracht hun weg in het leven te vinden. Marijke laat zich al lang de les niet meer lezen. 'Wat is jouw geheim!' vraag ik. 'Leraren zijn vaak heel loyaal, maar soms zetten ze hun eigen idealen en behoeften opzij en halen te weinig voldoening uit het lesgeven. Ze zitten misschien iets te vast in het strakke lesprogramma en voelen niet genoeg ruimte voor hun eigen inbreng,' zegt Marijke. Maar er zijn genoeg creatieve oplossingen om wat ruimte te vinden voor de dingen die jij belangrijk vindt en waar je plezier uithaalt. Ik zal je mijn geheim verklappen: Je moet als leraar niet het braafste jongetje van de klas zijn. Gelukkig zijn er steeds meer directeuren en besturen die snappen dat je het onderwijs pas echt kan verbeteren als je de leraar de ruimte geeft om hun kwaliteiten en talenten zo goed mogelijk te benutten. En ze zo min mogelijk belast met randzaken. 'We moeten alle energie besteden aan het geven van goeie lessen en aandacht voor de leerlingen. En als leraren de touwtjes zelf wat meer in handen nemen dan veranderen ze vanzelf het onderwijs van binnenuit. ' Michel Linthorst De metaforische verhalen die ik schrijf zijn gebaseerd op mijn eigen ervaringen, observaties en gesprekken die ik voerde met collega's. Ze dienen vooral ter inspiratie. Enkele tips om je wat vrijer te voelen in het onderwijssysteem:
1 Comment
Het was mijn tweede jaar als meester en Tom zat bij mij in groep 5. Een schat van een jongen, super sociaal en een enorme dromer. De intern begeleider zei dat hij een motivatieprobleem had. En dat geloofde ik, want wat ik ook deed er was nauwelijks beweging in hem te krijgen. Nou ja, behalve in de pauze dan. Je moest Tom eens zien voetballen, vol geestdrift en passie. Alles probeerde hij uit die 15 minuten pauze te persen, met als ultieme doel om mij door mijn benen te spelen. En of het nou regende of niet, Tom claimde altijd 5 minuten blessuretijd. Sporten maakte zijn hoofd leeg en hij hoefde er niet bij na te denken. Tom was niet gemaakt om na te denken, de hele dag stil te zitten en te luisteren. Ik vond het moeilijk om Tom drie pagina’s met breuken voor te schotelen en te zien hoe hij steeds somberder werd. Stiekem gaf ik hem een paar rijtjes minder. Maar ik kon niet te veel sjoemelen met het strak geplande rooster. Puffend en steunend boog Tom zich over de sommen maar het duurde nooit lang voordat zijn gedachten weer afdwaalden, hoe goed hij zijn best ook deed om zich te concentreren. Echt boos kon ik nooit op hem worden, daarvoor herkende ik teveel van mezelf in hem. Maar ik voelde me vooral heel bezwaard dat ik niet wist hoe ik hem kon helpen. Tom gaf mij later, zonder dat hij het wist, een belangrijke les Wat was nou eigenlijk het echte probleem van Tom? Ik denk dat hij leed aan een 'Oost-Indisch motivatie-probleem (van het niet opzettelijke soort).' Dat betekent dat je je wel gemotiveerd bent, maar alleen voor zaken die jij interessant vind, waar je goed in bent, of waarvan je het doel ziet. Ik kwam er pas veel later achter dat Tom wel degelijk gemotiveerd was om te leren. Maar niet op de traditionele, schoolse manier. Zodra Tom van school af kon reisde hij de hele wereld over en leefde een avontuurlijk leven. Hij volgde trainingen om sportinstructeur te worden en leerde mensen berg beklimmen, abseilen en mountainbiken. Het laatste wat ik van hem hoorde was dat hij een hele succesvolle surf-leraar was in Zuid-Afrika. Pas toen hij de kans kreeg zijn passie te volgen kwam hij echt in zijn element. Hij deed wat hij het liefste deed en waar hij goed in was. En nog eens succesvol ook. Eigenlijk hadden we hem op school alleen maar in de weg gezeten. Iets van hem geëist waar hij niet aan kon voldoen en waar hij somber van werd. En dat noemde wij een motivatieprobleem. En hij noemde school een soort gevangenis. (hoorde ik jaren later van zijn moeder. *Zie ook haar reactie onder deze blog). Nu begreep ik pas waar Tom zat met zijn gedachten. Van hem leerde ik dat je niet van alle kinderen kunt eisen dat ze gemotiveerd moeten zijn voor iets waarin ze niet geïnteresseerd zijn. Sommige kinderen kunnen dat heel goed, maar veel kinderen ook niet. Iedereen is geniaal. Maar als je een vis beoordeelt op zijn talent Tom leert beter door te doen en te ervaren omdat hij zijn eigen 'beweeg-redenen' heeft ontdekt. Grappig toch als je bedenkt dat het woord motivatie zoiets betekent als: een reden om in beweging te komen. Ik heb ontdekt dat je je leerlingen op grofweg twee manieren in beweging krijgen.
De eerste manier Je kunt ze duwen, ze vertellen welke kant ze op moeten, hoe hard ze moeten lopen, waar de eindstreep ligt en wanneer ze de die moeten halen. Maar wat is je natuurlijke reactie als je wordt geduwd? Precies: je gaat tegenstribbelen. (Tenzij je heel volgzaam bent, dan laat je je duwen.) De tweede manier Je kunt je leerlingen ook stimuleren om in beweging te komen. Bijvoorbeeld door:
Gelukkig is het met Tom helemaal goed gekomen. Maar helaas lukt het niet iedere leerling dat op eigen kracht. Ik ben op zoek gegaan naar wat we kunnen doen om leerlingen zoals Tom niet dwars te zitten maar te helpen. Ik heb ontdekt dat er vele mogelijkheden zijn. Eén daarvan is om ze af en toe een keuzeles aan te bieden. Meer daarover kun je lezen in deze blog. En o ja, dank je Tom voor de les ‘volg je passie!’ Michel Linthorst De rekenles is net afgelopen. 'Goed gewerkt,' zeg ik tegen de klas. 'Suzanne, ik wil jou een extra compliment geven. Rekenen is niet bepaald je hobby, toch deed je enorm je best je te concentreren!' Dat lukte haar een paar weken geleden nog niet. Sterker nog, ze werd steeds onrustiger. 'Rekenen is stom,' zegt ze als we het er samen over hebben. 'Ik heb er gewoon geen talent voor,' zegt ze theatraal. 'Volgens mij zou je het liefst de hele dag dansen.' Haar ogen beginnen te glimmen als ze terugdenkt aan de muziekavond. Toen was zij de ster! Iedere vezel in haar lijf was gefocust. Suzanne móet gewoon bewegen. En als dat niet kan.. dan wordt ze onrustig, wiebelt, draait en friemelt. Steeds meer kinderen lijken beter te leren door te doen, door uit te proberen en met hun handen te werken. In mijn klas zitten denkers en doeners. Daarom geef ik ook activiteiten waarin ze kunnen bewegen. Gek genoeg kunnen ze zich daardoor beter concentreren. Het toverwoord is balans. 'Op de 'HAVO voor muziek en dans’ krijg je ook wiskunde, dat weet je toch?' zeg ik tegen Suzanne. 'Het is kennelijk toch belangrijk om een beetje te kunnen rekenen.' Suzanne snapt ook wel dat ze niet de hele dag kan dansen. Het bewegen tijdens een les, of ertussen, helpt haar gelukkig al een beetje. En nu ze weet dat ze op de HAVO ook wiskunde krijgt doet ze extra haar best. Suzanne lijkt niet de enige die moeite heeft zich te concentreren. Zou het komen omdat:
Of misschien interesseert het lesprogramma haar gewoon te weinig. Zodra de bel gaat duiken de meeste leerlingen in hun mobieltjes. Focussen is opeens een peulenschilletje. De echte wereld wordt in rap tempo buitengesloten van de virtuele wereld. Zelfs op de fiets!! Toch is concentratie geen vanzelfsprekende vaardigheid meer. Simpelweg zeggen: ‘Ik wil dat je je concentreert’, werkt meestal niet. Het is een vaardigheid die je echt moet oefenen. We doen een concentratie-oefening ‘Loop kris kras door de zaal’, zeg ik tegen mijn leerlingen. De meeste leerlingen klonteren samen en kletsen wat. 'Loop nu even alleen en zoek de lege ruimte in de zaal. Blijf in beweging.’ Enkele leerlingen kunnen het niet zonder contact met anderen te maken. ‘Loop nu alsof je haast hebt. Je dreigt je examen te missen! Niet botsten! Meteen wordt de focus beter.’ ‘Als ik in mijn handen klap verander je direct van richting, blijf stevig doorlopen.’ Ze moeten steeds beter opletten om niet te botsen. ‘Stop. Blijf staan waar je nu staat. Goed gedaan.’ Volgende oefening 'Loop straks door de zaal en richt je helemaal op jezelf. Alsof je op je mobieltje kijkt en de wereld om je heen helemaal vergeet. Alleen moet je het nu doen zonder mobieltje.’ Laat je door niemand afleiden.’ 'Ga je gang.' De meeste leerlingen kijken naar de grond. Mariam en Sunduz zoeken stiekem toch oogcontact. Ze vinden deze oefening maar raar, ze zijn dit niet gewend. 'En stop! Bespreek in tweetallen hoe de oefening ging. Was het makkelijk of moeilijk? En waarom?’ Na 2 minuten: 'Kom even dichterbij staan.' 'In het dagelijks leven zoeken mensen contact met elkaar. Maar in deze oefening moest je juist geen contact maken en je niet af laten leiden. Wie kan bedenken wanneer het belangrijk is om je niet af te laten leiden en je op een ding te focussen?
Je kunt erop wachten dat Freek zo’n antwoord geeft. 'Hoe kun je je beter focussen tijdens deze oefening?’ ‘Ik dacht aan iets leuks’ ‘Ik zong een liedje in mijn hoofd’ ‘Ik keek naar mijn voeten’ ‘Goeie tips. We doen het nog een keer. Probeer het nog beter te doen.’ Ze weten nog niet dat ik ze dit keer hinderlijk voor hun voeten ga lopen om ze uit hun concentratie te halen!!.’ Nog een concentratie-oefening 'Freek, jij krijgt 3 opdrachten uit het geheugenspel. Kijk er 20 seconden naar en prent de opdrachten in je hoofd. Je loopt straks langs je klasgenoten die in de zaal verspreid staan. Tegen de andere leerlingen: 'Wij gaan proberen Freek af te leiden. Als hij langs je loopt geef je Freek een compliment, over zijn kleren, zijn talenten of sterke eigenschappen.’ 'Freek, jij probeert je af te sluiten voor de complimenten en de opdrachten van het geheugenspel te onthouden. Als je langs alle leerlingen geweest bent moet je de opdrachten van het geheugenspel zo goed mogelijk uitvoeren.' Tips om concentratie te vergroten (Je kunt bij de kleuters al beginnen met oefenen.) 1.Geef een leerling een aantal opdrachten.
Differentiatie 1. Maak de opdrachten steeds complexer. 2. Maak de afleiding steeds groter 3. Maak de tijd tussen het geven en uitvoeren van de opdracht steeds langer. Nog meer tips
Veel succes en plezier, Michel Linthorst Wat krijg je als je uitspraken van slimme denkers als Mandela, Johan Cruijff, Einstein en Ken Robinson samenvoegt? Een inspirerend visie! Weet jij waartoe je werkelijk in staat bent?
'In het begin van het jaar ging het nog zo goed met Remco,' zegt juf Anne tegen haar directeur. Ze heeft 29 kinderen in haar groep 6/7. Haar energie raakt snel uitgeput. 'Het lukt me niet om alle kinderen voldoende aandacht te geven,' zegt ze vol schaamte. 'Ik kan Remco er eigenlijk niet bij hebben.' 'Vorige week ging het goed mis tijdens de rekenles,' zegt juf Anne. 'Bij iedere vraag die ik stelde probeerde Remco overdreven de aandacht te trekken om maar een beurt te krijgen. Ik gaf de beurt expres aan Bas, maar voor hij kon antwoorden deed Remco het al' Hoewel het antwoord goed was moest ik Remco wel een standje geven omdat hij voor zijn beurt sprak.' 'Kan me niks schelen,' mompelde hij. Ik deed net of ik hem niet hoorde en ging verder met de les. Remco begint tijdens mijn uitleg met zijn buurman te praten. Dus ik zeg:' Remco, wil je stoppen met praten met Stephan. Dat verstoort mijn uitleg.' Hij stopt 10 seconden en begint vervolgens met Bert te praten, die tegenover hem zit. Dus ik zeg: 'Remco! Wat had ik nou gezegd?' 'Ik praat toch niet met Stephan.' 'Ik praat met Bert.' De andere kinderen beginnen om hem te lachen. Ik zag wel dat ze dat eigenlijk niet wilden, maar ze konden het niet tegenhouden. Toen knapte er iets bij me en zei ik net iets te hard: 'Remco, je snapt precies wat ik bedoel! Als je nu niet stopt met praten dan ga je de klas maar uit.' Nog geen 5 minuten later trekt hij zijn la open en begint er luidruchtig in te rommelen. Zijn kleurpotloden vallen op de grond. Ik weet zeker dat hij het expres deed.' 'Nu is het genoeg, ga er maar uit!' zeg ik Toen zei Remco: 'Ik praat toch niet! Ik ruim mijn la op.' En toen heb ik hem eruit gestuurd met een rood hoofd. foto www.midview.nl 'Remco verliet de klas met een lachend gezicht, botsend tegen tafeltjes. En toen ik hem op de gang stevig beet pakte kwam jij net langs met die nieuwe ouders' 'In het begin van het jaar deed hij nog zo overdreven zijn best!' 'Maar hij ging steeds vaker negatieve aandacht vragen en liet zijn werk versloffen. Ik vond dat ik strenger moest zijn en wilde hem niet belonen voor zijn gedrag. Dat werkte averechts. Uiteindelijk werd het een kwestie van buigen of barsten.' 'Zo dat lucht op,' zegt juf Anne tegen de directeur. 'Gaf je hem nog wel positieve aandacht?' vroeg hij 'Eerlijk gezegd lukte me dat steeds minder.' 'Ik kon nog maar weinig positiefs ontdekken.’ 'Ik denk dat jullie in een vechtrelatie terecht zijn gekomen,' zegt de directeur, 'zonder dat jullie doorhadden. Zoiets gaat geleidelijk. Maar het gevaar is dat de band verslechtert. Meestal ontstaat zoiets als een leerling vindt dat hij te weinig aandacht krijgt. Remco krijgt thuis op dit moment thuis niet veel aandacht omdat zijn moeder ernstig ziek is. En daarom eist hij de aandacht van jou. 'En als het niet positief kan, dan maar negatief. Ik heb vorig jaar een training gevolgd waarin dit aan de orde kwam. Zal ik eens kijken of ik nog wat tips kan vinden?’ Anne is blij met de steun en het begrip van haar directeur. De volgende dag bespreken ze de nieuwe aanpak. 'Beschouw het als een investering in de relatie met Remco' 'Ik denk dat het de moeite waard is. Je zult er waarschijnlijk meer energie mee besparen, dan dat je eraan kwijt bent,' zegt de directeur. 1. Geef Remco aandacht voordat hij het vraagt.
's Ochtends voor de les begint vraag je bijvoorbeeld: 'Hoeveel heeft Ajax gespeeld?' Op vrijdagmiddag: 'ga je nog wat leuks doen in het weekend?' Voetbal met hem in de pauze op het schoolplein. Als je hem voldoende aandacht geeft, hoeft hij er niet om te vragen. 2. Laat de leerlingen elkaar aandacht geven. Stel tijdens de sova-les eens een gekke vraag: 'Welk dier zou je voor één dag willen zijn?' Laat ze het in tweetallen bespreken. En daarna geef je Remco een beurt in de kring. 3. Laat Remco klusjes voor je doen. Vraag hem of hij thee voor je wil halen of een broodje bij de bakker. Of vraag hem iets te kopiëren voor je. 4. Zet de resultaten tijdelijk op een lager pitje. Investeer vooral in het verbeteren van jullie verbinding. De resultaten komen wel weer als de band met hem weer wat beter wordt. Maar je zult die band wel moeten onderhouden, ook als het weer beter gaat. 5. Neem het niet te persoonlijk. Het gaat niet om jou. Remco heeft een probleem. Hij vindt dat hij te weinig aandacht krijgt. Dat komt niet door jou. Maar hij projecteert het wel op jou. Hij wil zijn ouders niet tot last zijn in deze moeilijk situatie. 6. Geef constructieve feedback. Leg de nadruk op positief gedrag dat je ziet in de groep. Niet alleen van Remco maar van alle leerlingen. Benoem het positieve gedrag dat je wilt zien in de groep. Het gaat er dus niet om of het antwoord goed of fout is maar om de manier waarop het antwoord tot stand is gekomen: 'Het antwoord zit in de buurt maar is niet goed. Ik zag wel dat je ongelofelijk veel moeite hebt gedaan om het goede antwoord te vinden. Zullen we er samen naar kijken of wil je het nog een keer proberen?’ 7. Probeer te ontdekken wat de dromen, interesses en talenten van Remco zijn. En pas je lessen waar mogelijk daar een beetje op aan. Dat is ook aandacht die door hem op prijs gesteld zal worden. Bronnen o.a. Gedragsproblemen Harry Jansens, 7 Life Skills, Coursera Michel Linthorst De tips hielpen: al snel werd de relatie met Remco wat beter. Langzamerhand zagen zowel de juf als Remco weer wat meer positieve kanten van elkaar. 'Een aantal drukke jongens maakt de dienst uit in de klas,' zegt de intern begeleider aan de andere kant van de lijn. 'Kan je daar wat mee?' We krijgen steeds vaker aanvragen voor dit soort op-maat-trainingen. Vooral na de veel gelezen blogs 'Hoe ga je om met een boze leerling,' en 'Hoe je het drukste jongetje van de klas geconcentreerd laat werken.' Sofia gebruikt de laatste tijd wat vaker haar 'stoere' kant voor haar 'mannen’ uit groep 7. 'Boosheid is net als een bal die je onder water probeert te houden,' zegt ze tegen haar duo-partner. 'Hoe groter de boosheid, des te moeilijker het is om 'de bal' onder water te houden. Als je hem niet af en toe laat leeg lopen, dan hou je hem niet meer.’ 'Jongens uiten hun emoties anders dan meisjes.' 'Meisje praten vaak makkelijker over emoties. Mijn 'stoere' jongens vinden praten meestal stom.' De leerlingen van Sofia waarderen haar 'nieuwe' aanpak enorm.' 'Als we boos zijn mogen soms voetballen, stoeien en boksen tegen stootkussens. Juf Sofia doet altijd mee!' 'Ze speelt nog vals ook,' lachen ze, 'respect!!' Sophia zet haar beste beentje voor als 'Alpha-juf'. Twee maanden wist ze nog niet zo goed wat ze met haar 'mannen' aan moest. 'Die gasten komen's ochtends soms al boos binnen,' zegt ze tijdens de training. 'Ik loop de hele dag achter de feiten aan. En aan leren komen we soms niet eens toe!’ 'Ik ben alleen maar brandjes aan het blussen.' Sofia heeft geleerd hoe ze op een gecontroleerde manier meer ruimte kan geven aan de boosheid van haar leerlingen. Sindsdien gaat ze een paar keer per week met de 'bozige' leerlingen aan de slag. Ze laat ze even flink uitrazen. Daardoor loopt de bal leeg. 'Daarna zijn ze veel rustiger in de klas. Een investering die ik dubbel en dwars terug verdien.' Ook praat ze minder. Ze gebruikt vaker lichaamstaal. Ze stelt sneller haar grenzen, kort en duidelijk. En tussen de denklessen door doet ze wat beweegspelletjes. Ze heeft een map met wel 80 oefeningen waaruit ze kan putten. 'Als de jongens op het schoolplein wild stoeien, kijk ik tegenwoordig wat vaker de andere kant op. 'Ik vind het best eng om te zien hoe stevig het er soms aan toe gaat. Maar mijn jongens hebben me verzekerd dat er niks gebeurt.' 'Voor hen is een bult, een schram of een gat in hun broek eerder een trofee dan een probleem,' heb ik ontdekt. 'Als de 'mannen' en een paar meiden bezweet en met een knalrooie kop het klaslokaal binnen komen hebben ze weer ruimte in hun koppie om te leren. Sofia geeft ook wat vaker doe-lessen. Ook erg gewaardeerd door de meisjes. 'Morgen trekken we het bos in.' Zoveel leuker dan biologie uit een boekje! 'Trek je ouwe kleren aan,' zegt ze lachend. Want dat we vies en smerig worden is zeker!' Juichend rennen de leerlingen de klas uit. Ze hebben nu al zin in morgen. In de weken daarop maakt ze (naast het reguliere programma) tijd voor sleutelen aan fietsen, snoeien van bomen en slopen van oude apparaten. En ze kauwt niet alles meer voor. 'Veel leerlingen leren beter door te experimenteren en proefondervindelijk. Ze onthouden het ook veel beter dan wanneer ik het uitleg.' Het is een stuk gezelliger in de klas sinds Sofia net even wat anders les geeft. Met meer afwisseling tussen denken en doen, stilzitten en bewegen, mannelijke en vrouwelijke activiteiten, en lachen en serieus zijn. Michel Linthorst ‘Ik ga elektriciteit naar dit dorp brengen,’ zei Koffy vastberaden. Al eeuwenlang kwam het dagelijkse leven om 6 uur tot stilstand in Tornu. Zodra de zon onder de evenaar zakte werd het dorp van het ene op het andere moment in een diepe donkerte gehuld. Zo gaat dat rond de evenaar. Geld voor zaklampen of olie was er niet. Zonder licht zat er voor de dorpelingen niet veel anders op dan te gaan slapen op de harde grond van hun lemen huisjes. Eén man bleef wakker. Koffy, die ervan droomde dat ook zijn dorp aan het eind van de wereld eindelijk licht zou krijgen in de duisternis. Iedere ochtend om 5 uur begon Koffy, nog voor de zon wakker werd, met een lege maag aan het vervolmaken van zijn droom. Met een roestige nijptang en blote handen boog hij de stugge staaldraden in de vorm van de houten mal om er later die dag een dikke betonpap over te gieten. De directeur van het elektriciteitsbedrijf had niets officieel beloofd maar zei tegen de Chief van het dorp: ‘alleen met betonnen palen maak je kans op het electriciteits-netwerk te worden aangesloten. Geen houten palen! Beton! Hout brandt! Het kostte Koffy maanden van zijn leven de palen te maken. Daarna wachtte een nog grotere uitdaging: de palen rechtop zetten! Geholpen door zijn dorpsgenoten hakte Koffy anderhalve-meter-diepe gaten in de harde grond. De sterkste mannen uit de omgeving werden opgetrommeld om de loodzware palen met gevaar voor eigen leven omhoog te duwen louter gebruik makend van spierkracht en enkele krakkemikkige ladders om de palen te stutten. Ik durfde nauwelijks te kijken, lafaard die ik was. Bang dat één van de betonnen palen de ledematen en andere lichaamsdelen van de dappere mannen als luciferhoutjes zou verbrijzelen. Maar de samenwerking tussen de mannen was van een eensgezindheid die ik zelden heb aanschouwd. Na 5 dagen zwoegen keerden de sterke mannen met een loon van 35 Ghana-cidi huiswaarts. Je leven wagen voor acht euro! Nog diezelfde dag stuurde Koffy een brief naar het hoofdkantoor met het heugelijke nieuws. Zes weken later stonden Koffy en de Chief netjes in het gelid in verwachting van het hoge inspectie-bezoek. Eindelijk zouden ze vernemen welke dag de geschiedenis in zou gaan als de dag waarop Tornu elektriciteit zou krijgen. Tot ver na zijn dood zou Koffy de held van het dorp zijn, al was het hem daar nooit om te doen geweest. De zon steeg snel aan de hemel Toen na uren wachten de inspectie nog niet was gearriveerd wisten ze dat er die dag niets zou gebeuren. Ondanks vele brieven en telefoontjes gebeurde er ook de weken daarna helemaal niets. De betonnen palen stonden droevig langs de weg niks te doen. Koffie moest een gebroken man zijn, dacht ik. Maar opgeven kwam niet bij hem op. Ook niet toen ik na 3 maanden het dorp verliet en er nog steeds geen elektriciteit was. Pas veel later hoorde ik dat de droom van Koffy toch was uitgekomen. Zijn onwaarschijnlijke doorzettingsvermogen was niet voor niks geweest. De nieuwe inspecteur was veel daadkrachtiger en beloofde
binnen 2 maanden elektriciteit op één voorwaarde: dat Koffy de betonnen palen zou vervangen door houten palen! Michel Linthorst ‘Ik hou zo van dit metaforische verhaal,’ ‘Toen Gillian een jaar of 5 was maakten de juffen zich zorgen. Ze kon niet stilzitten en zich niet concentreren op haar werk. Hoewel haar moeder niets bijzonders aan haar zag, nam ze het advies van de juffen serieus, bang als ze was dat ze Gillian van school zouden sturen. De dokter observeerde Gillian, die haar best deed om stil te zitten. Gillian zelf vond ook dat er niets mis was met haar. Ze vond school gewoon niet interessant. De dokter vroeg aan haar moeder of ze haar even kon spreken op de gang. Tegen Gillian zei hij:” we komen zo terug. Niks aan de hand maak je geen zorgen.’ Vlak voor hij de deur uitliep zette hij de radio aan waarop klassieke muziek te horen was. Zodra de dokter en haar moeder op de gang waren, stond Gillian op en begon te bewegen. Door een klein raampje konden de dokter en haar moeder haar observeren. Na een paar minuten zei de dokter: ‘Er is niks mis met uw dochter, ze is een danseres.' U zou er goed aan doen om haar op dansles te doen.’ Nog die week nam haar moeder Gillian mee naar een balletschool. Vanaf het moment dat ze er binnenliep voelde ze zich als een vis in het water. Ze vond het heerlijk om te mogen bewegen en bleek veel talent te hebben. Later ging ze dansen bij het royal ballet in London en werd beroemd door o.a. de musical cats te choreograferen. ‘ ‘Need I say more?’ Michel Linthorst Dit inspirerende verhaal werd o.a. andere verteld door Sir Ken Robinson in ‘the element’ Als peuter loopt Tineke onverschrokken onder de benen van de paarden door. Haar ouders, die een manage hebben, herkennen meteen haar uitzonderlijke gave en laten haar rustig haar gang gaan. Ze vertrouwen haar en de paarden. 'Toen ze in de kinderwagen lag stak ze haar armpjes al in de lucht om het hoofd van het paard te aaien,’ zegt Tineke’s moeder tijdens het oudergesprek. Na de vakantie verruilt Tineke de ZMLK-school voor een baan op een manege met verstandelijk beperkte medewerkers. 'We zijn zo blij dat ze haar plek heeft gevonden heeft,’ zegt haar moeder niet zonder emotie. Het was pas mijn eerste jaar als leerkracht in het speciaal onderwijs en moest alles nog een beetje ontdekken. In het begin niet altijd even makkelijk. Tineke is soms wat nukkig. Ik heb moeite om contact met haar te maken. Ze toont weinig inzet en de meeste vakken interesseren haar niet. Ik ontdek al snel dat ze maar één droom heeft: met paarden werken! En hoewel ik er zelf nogal huiverig voor ben, blijken paarden de sleutel te zijn om onze band te versterken. Als ik Tineke wat meer ruimte geef om in de klas over paarden te vertellen blijkt hoeveel kennis ze ervan heeft. ‘Je kent Monty Robins toch wel, de paardenfluisteraar?’ zegt ze ’s ochtends als ze de klas binnen komt en me zijn boek toont. Ze heeft al zijn boeken gelezen, alle youtube-clips van hem bekeken. 'Hij vertrouwt het paard echt en praat met ze door zijn lichaamstaal,' doceert ze. Je hoeft Tineke niet te motiveren om te leren. Zolang het onderwerp paarden of natuur betreft geeft ze haar pauze er graag voor op. Maar als een les haar minder interesseert valt Tineke terug in haar verlegen en onzekere gedrag. En ze heeft moeite met collega’s die minder geduldig zijn en haar 'vooruit proberen te duwen'. 'Dat zou Monty Robins nooit doen,' denk ze. Het is alsof er een knop omgaat en ze verstijft. Als je dat niet weet dan lijkt het alsof ze geen talenten en kennis heeft. En dat is precies het probleem waar ik haar bij wil helpen. Het probleem van de 'on-interessante' lessen is makkelijk opgelost. Als Tineke geen zin heeft om te rekenen vraag ik haar: 'Als jij later op de manege werkt, hoe weet jij dan hoeveel voer je moet afwegen? Misschien best handig als je het verschil tussen gram en kilo’s weet?' De band die ik inmiddels met haar heb is sterk genoeg om haar af en toe een beetje uit te dagen. 'En klokkijken zou wel eens van pas komen als je het paard op tijd zijn eten wilt geven. Wat denk jij?' Ik kan bij de meeste vakken wel uitleggen hoe ze in haar droom passen en waarvoor ze het nodig heeft. Zodra ze dat snapt, doet ze ook meteen beter haar best. Bij sommige vakken lukt me dat niet. 'Als ik niet kan wat ze eraan heeft, wat heeft deze les dan voor zin?' vraag ik mezelf af en besluit simpelweg deze lessen te skippen. Soms doet Tineke met frisse tegenzin toch haar best voor 'oninteressante' vakken. 'Kijk mij eens goed mijn best doen voor jou,' meen ik in haar blik te ontdekken. De 7 Life Skills-lessen benutten we om te werken aan sociale vaardigheden zoals: contact maken, hulp vragen, grenzen stellen, voor jezelf opkomen, doorzettingsvermogen en veerkracht. Deze vaardigheden maken echt het verschil. Ze heeft ze echt nodig in het dagelijks leven en om te kunnen werken op de manege, denk ik. Haar uitzonderlijke talenten ten spijt. Tineke heeft geluk. Net zoals de meeste leerlingen in het speciaal onderwijs. Omdat we niet alleen rekening houden met hun beperkingen, maar ook op zoek zijn naar wat ze wel kunnen en daar het lesprogramma zo goed mogelijk op af te stemmen. Ik ben echt trots op deze school! Als ik haar een paar maanden later opzoek op de manege komt ze me stralend tegemoet lopen. Ze geeft een rondleiding en laat zien hoe ze mest schept, de stallen verschoont,
eten geeft. En met de paarden knuffelt. Als ik op het punt sta om afscheid te nemen begint een hengst opeens te steigeren en te bokken. Zonder twijfel loopt ze erop af, neemt de teugels in handen en slaagt erin om binnen 2 minuten in het enorme dier op zijn gemak te stellen. Michel Linthorst Blog automatisch ontvangen Volg 7 Life Skills op Ik maak me zorgen om Luca. Juf Carola stuurt hem steeds vaker de klas uit. Eenzaam zie ik hem zitten tussen de jassen op de gang. Luca baalt. Hij wil de klas niet uit, hij wil erbij horen. En dan die preek straks en dat telefoontje naar zijn ouders die hij niet wil teleurstellen. Hij maakt het zijn juf niet makkelijk. Dat weet hij ook wel. Hij doet echt wel zijn best, maar het lukt hem gewoon niet om stil te zitten. Als juf Carola de breuken uitlegt dwalen zijn gedachten af. Hij droomt van de bergen in het land waar hij geboren is. En van zijn oma. Hij mist haar. Mustafa, de Marokkaanse conciërge begrijpt hem wel. Luca mag af en toe bij hem werken als het echt niet meer gaat in de klas. Driewielers repareren, bomen snoeien en vuilcontainers buiten zetten. ‘Alles beter dan breuken,’ denkt hij. Luca doet precies wat Mustafa zegt. Bezweet drinken ze nog een bakkie thee, voor Luca weer terug naar de klas moet. Luca is geen vervelend ventje, integendeel, het is een schat. Met een verdrietige geschiedenis. Hij is met zijn ouders gevlucht voor de oorlog. Zijn oma heeft het niet overleefd. De meiden uit de klas zijn smoor op hem. En van de jongens is veruit de stoerste. Ook het team smelt. Behalve juf Carola. Ze vindt hem ook wel lief, dat wel, maar ze heeft alles wel geprobeerd. Haar energie is op. Een 7-koppig specialisten-team bespreekt Luca. Talloze onderzoeken, observaties en eindeloos overleg hebben niet veel meer opgeleverd dan de conclusie: ADHD-achtige verschijnselen. Dan gebeurt er iets dat mijn beeld van Luca doet kantelen. We willen aan de talenten van onze leerlingen tegemoet komen. Daarom mogen ze af en toe zelf bedenken over welk onderwerp ze een les willen hebben: de keuzeles.
‘Ik wil een les over het weiland.’ 'Maar niet uit een boekje:'zegt Luca Die donderdag lopen we met 10 leerlingen en een hulpmoeder over een avontuurlijk kronkelpaadje met aan weerszijden een sloot. Luca loopt voorop: ‘Hier vis ik altijd met mijn vader.’ Luca helpt zijn minder atletische klasgenoten over het hek, wijst ons het zwanennest en legt uit waarom de kieviten boven ons hoofd zo naar ons schreeuwen. Even verderop ziet Mirjam de koeien staan. Ze stiert erop af. De koeien stuiven uit elkaar. ‘Wil je dat ze dichterbij komen?’ vraagt Luca. Dan moet je met je rug tegen het hek gaan zitten. Gedraag je als een koe. Heel rustig, niet bewegen.’ 'Van mijn oma geleerd,' fluistert hij. Met zijn twaalven zitten we 10 minuten lang tegen het hek. Marit en Jort beginnen te wiebelen. ‘Sst, fluistert Luca, ‘ze zijn er bijna.’ Ik kan bijna niet geloven dat Luca dit zegt. De koeien komen snuivend dichterbij. De minst schijterige likt aan de jas van Mirjam. Met moeite onderdrukt ze een gilletje. Luca geeft haar een vette knipoog. Ik geniet van Luca en verbaas me over zijn transformatie.
Of was hij altijd al zo? Maar hebben wij het er niet uitgehaald? Mijn hersenen kraken. ‘Als we nou eens op een andere manier lesgeven? En denken en doen meer afwisselen?' Aan het eind van de dag bespreken we in het team onze ervaringen. Ik vertel enthousiast over Luca en vertel mijn plan aan Carola. Ze staat ervoor open! ‘Wissel je ‘normale’ lessen af met een activiteit waarbij ze kunnen bewegen, een concentratie-spel of iets waarbij je hun verbeelding aanspreekt. ‘Dan gebruiken ze zowel hun linker- als rechterhersenhelft,’ zeg ik, 'Is beter voor de resultaten ook.' Ik voorzie Carola van een aantal oefeningen die ik voor mijn SOVA-lessen verzameld heb. Tot haar verbazing helpt het! En niet alleen voor Luca, maar voor de hele klas. Door de afwisseling kunnen de leerlingen zich daarna beter focussen op hun werk. En is er meer plezier in de klas. Michel Linthorst (ps. dit was een oude bog in een nieuw jasje.) Luca was één van de leerlingen die me inspireerde om de 7 Life Skills-methode verder uit te werken. Thanks Luca (niet zijn echte naam) |
Werkboek:
|

RSS Feed